Wie kan helpen?
Hoe zou het komen dat wij mensen vaak zo bang zijn om te praten over onze geestesgesteldheid en niet voor onze eigen gezondheid durven op te komen? We vertellen wel gewoon dat wij naar de huisarts zijn geweest, maar niet als het om de ‘ernstigere’ dingen gaat; dingen die in ons hoofd, in onze geest, in ons binnenste plaatsvinden.
Tekst: Phylicia Ooiberg | Beeld: Pexels
Enerzijds begrijp ik het wel. Discriminatie bestaat echt. Stigma is geen grap. Er is angst voor sociale uitsluiting, broodverlies, roddels, enzovoort. Waar is voor mensen die veilige plek om te kunnen praten? We zijn een kleine gemeenschap waarin iedereen iemand kent die iemand kent, dus wie kan je vertrouwen? Als deze vragen niet met zekerheid en vol overtuiging beantwoord kunnen worden voor een hulpbehoevende, zal die zich moeilijk openstellen en er niet over durven praten.
Geen toegang hebben tot hulpverleners, omdat men simpelweg niet weet waar die zijn of omdat zij zich het niet kunnen permitteren. Financieel niet, maar ook sociaal niet, omdat ze niet gezien willen worden wanneer zij bij de poli van een psycholoog zitten of wanneer zij vertrekken uit de kamer van een psychiater. Niet voor een consultatiegesprek kiezen, omdat men op het werk niet om een attest durft te vragen uit angst hoe daarop gereageerd zal worden, wellicht negatief, en uit angst dat het tegen ze gebruikt zal worden.
Zo lang als degenen die hulp nodig hebben om uit hun geestelijke wanorde te geraken, zich zorgen moeten maken over alle bijkomende zaken, net zo lang zullen er mensen zijn die de stap niet durven te maken om toe te geven dat zij hulp nodig hebben. In die tussentijd zullen er zoekenden zijn die langzaam maar zeker over een grens geduwd worden, totdat ze overgaan tot iets dramatisch, waarna de tijd aanbreekt dat de gemeenschap met vragen komt te zitten: “hoe, waarom, wanneer?”. Vragen die bijna altijd veel te laat komen en vaak onbeantwoord blijven. Wij als gemeenschap zijn dan opgeschrikt en een tijdje stil. De vraag die ons dan moet blijven bezighouden totdat die zo goed mogelijk beantwoord is, is: ‘wat moeten wij doen om herhaling te voorkomen?’. Omdat het niet alleen een verantwoordelijkheid is van beleidsmakers, maar van ons allen. Want wie zijn het die discrimineren, stigmatiseren, roddels verspreiden, vooroordelen en veroordelen, afstoten en neerkijken? Dat doen alledaagse mensen, mensen zoals u en ik.





