Wie regelt het oliegeld?
Over twee jaar rolt het oliegeld binnen. Ondanks vele waarschuwingen uit binnen- en buitenland heeft Suriname zijn zaken nog onvoldoende geregeld. Er is gerichte wetgeving nodig om verplichtingen, toezicht en handhaving op de inkomsten te ordenen. Het gaat niet alleen om wie profiteert van olie, maar om de vraag of burgers en bedrijven kunnen vertrouwen op een voorspelbare en rechtvaardige overheid. Local content dwingt de staat om positie te kiezen: blijft zij sturen via informele afspraken en beleidsambities, of kiest zij voor regels en toetsbare besluiten?
Tekst: Jim A. Yard Illustraties: Jurmen Kadoesoe
Suriname bevindt zich op een historisch kruispunt. De offshore-olievondsten in Blok 58 en de definitieve investeringsbeslissing voor het GranMorgu-project markeren de start van een nieuwe economische sector, en luiden een fase in waarin fundamentele keuzes moeten worden gemaakt over bestuur, recht en verdeling. Met investeringen van naar schatting 12,5 miljard US-dollar en een verwachte eerste olieproductie rond 2028 krijgt de Surinaamse staat te maken met financiële stromen en een economische dynamiek van een omvang die het land sinds de onafhankelijkheid niet heeft gekend. In de ontwikkelings- en exploitatiefase zal naar verwachting circa één miljard US-dollar lokaal worden besteed, terwijl duizenden directe en indirecte banen ontstaan in logistiek, dienstverlening, techniek en ondersteunende sectoren. Het volledig artikel lezen? Dit staat in het 234-nummer (2026.2) van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname). Wilt u digitaal verder lezen? Kijk dan op www.parbode.com/abonneren




