Zakenkabinet of presidentieel stelsel?
Wat is beter voor Suriname: een zakenkabinet of het huidige presidentiële stelsel? Het is een vraag die in de samenleving steeds vaker opduikt, zeker nu het vertrouwen in de politiek onder druk staat. In tijden van crisis of bestuurlijke instabiliteit kijken mensen al snel naar alternatieven. Een zakenkabinet, bestaande uit deskundigen in plaats van gekozen politici, lijkt dan aantrekkelijk. Maar is dat werkelijk de oplossing? Politicoloog en oud-minister Hans Breeveld, die zich jarenlang heeft verdiept in de Surinaamse politiek, deelt zijn visie op deze prangende kwestie. Volgens hem gaat het niet zozeer om het kiezen van een ander systeem, maar om de manier waarop met politieke macht wordt omgegaan.
Door Chiara van Leeuwaarde
Een zakenkabinet is geen onbekend fenomeen in de Surinaamse geschiedenis. In 1969, na de val van het kabinet-Pengel, werd een zakenkabinet gevormd. Zulke kabinetten ontstaan vaak wanneer een parlementair systeem vastloopt. In dit geval stelde gouverneur Johan Ferrier – de laatste gouverneur én eerste president van Suriname – een groep van deskundigen samen, waaronder zakenlui, ingenieurs en landbouwdeskundigen. Hun voornaamste taak? Het organiseren van verkiezingen.
Toch betwijfelt Breeveld of deze constructie nog relevant is. “Delen van het volk roepen steeds om een zakenkabinet, maar willen we echt terug naar een tijd waarin Nederland ons bij de hand hield?” vraagt hij zich kritisch af. Volgens hem is die tijd voorbij: Nederland fungeert niet langer als waakhond, en een terugkeer naar een parlementair model biedt geen garantie voor verbetering.
De Surinaamse grondwet combineert elementen van zowel het presidentiële als het parlementaire systeem. In een presidentieel systeem zoals Suriname dat nu kent, zijn staatshoofd en regeringsleider een en dezelfde persoon. In een parlementair systeem, zoals in Nederland, ligt de uitvoerende macht bij een minister-president, die verantwoording aflegt aan het parlement.
Breeveld pleit niet voor een nieuw systeem, maar voor betere politieke keuzes. “Het gaat er niet om wát voor systeem we hebben, maar hóe we ermee omgaan,” stelt hij. Ministers zouden volgens hem niet op basis van vriendjespolitiek, maar op basis van deskundigheid, ervaring en kennis benoemd moeten worden.
In plaats van een zakenkabinet ziet Breeveld meer heil in gerichte investeringen. Hij noemt vier cruciale sectoren: gezondheid, veiligheid, onderwijs en landbouw. Landen als Barbados dienen wat hem betreft als voorbeeld. Premier Mia Mottley heeft daar met succes ingezet op onder meer toerisme en gezondheidszorg, sectoren die nu de ruggengraat van de economie vormen.
Tot slot onderstreept Breeveld het belang van een actieve houding van de burger. “Zolang we onze mentaliteit niet veranderen en niet assertiever worden in het opkomen voor onze rechten en het landsbelang, blijven hervormingen oppervlakkig.” Ook pleit hij voor strengere maatregelen tegen corruptie: “Zonder handhaving blijven mooie plannen loos beleid.”





