Zo woon ik: ‘Pro Arte’
Aan de Hofstede Crullaan staat een monumentaal huis, niet zichtbaar vanaf de straat, behalve als je erlangs wandelt. De eerste paal werd in augustus 1939 in de grond geslagen in opdracht van Alexander en Christina Feinland, twee muzikanten die Duitsland moesten verlaten om aan de concentratiekampen te ontkomen. Reeds op 8 januari 1940 werd het huis opgeleverd en kreeg de toepasselijke naam Pro Arte. De voorzaal had een uitstekende akoestiek en er was een podium voor voordrachten en concerten, geschikt om tentoonstellingen te houden.
Door Sandra Smit
Na de oorlog vertrekt het echtpaar naar Costa Rica, en uiteindelijk terug naar Europa. Het huis komt in handen van de familie H.J. de Vries. In 1990 wijst Ingrid Jessurun (69) haar toenmalige man, Roberto Baptista – die een voorliefde voor houten huizen had –, op een advertentie: het huis werd geveild. Zonder bezichtiging vooraf en hoewel ze heerlijk wonen aan de Anton Dragtenweg, kopen ze het. Het moet nodig gerestaureerd worden en ze besluiten er voor de duur van de restauratie te gaan wonen. Daarna zien ze wel weer, verhuren is een optie. In het begin moet Ingrid erg wennen, maar gedurende dat eerste jaar krijgt ze steeds meer een thuisgevoel. Inmiddels woont ze er 35 jaar. Ontelbare vriendjes van haar twee kinderen hebben er gelogeerd; hele klassenfeestjes, zelfs ook van haar oudste kleindochter, werden er gehouden: plaats zat. Ook Deryck Ferrier heeft hier voor schoolklassen opvoeringen verzorgd en hijzelf heeft er nog muziekles gehad van de Feinlands.

Het huis is gebouwd door wegenbouwkundige Feit Mathijssen, die ook bekend stond als een architect van klasse. Hij imiteerde geen stijl en hield rekening met de tropische omstandigheden. Pro Arte heeft veel Mathijssen-elementen: een zeer grote voorkamer van maar liefst zes meter hoog – voor een goede akoestiek – en rijkelijk voorzien van bovenraampjes waardoor de ruimte koel en licht is. Ernaast liggen de keuken, een toilet en een gróte slaapkamer met inloopbadkamer. Op de bovenverdieping zijn nog drie slaapkamers, een tweede badkamer en vierde toilet, en een balkon met uitzicht op de Surinamerivier.
Halverwege de trap naar de tweede verdieping is een klein kamertje dat Ingrid heeft ingericht als bibliotheek. Hier zit nog een leuk verhaal aan. Wat eraan voorafging: nadat iedereen uit huis was en Ingrid alleen in het grote huis was achtergebleven, ging ze eindelijk in op de vele verzoeken om kamers te verhuren. Vooral studenten kwamen er graag, maar ook vrienden en vrienden van vrienden die met vakantie kwamen. Eens waren alle kamers bezet, zelfs de kamer beneden op ‘de begane grond’ met eigen sanitair. Professor Ad de Bruijne wilde zo graag in Pro Arte verblijven dat hij op haar grap ‘ik heb alleen nog het boekenkamertje over’, antwoordde ‘prima, zet er maar een bed in, meer heb ik niet nodig!’. Het bed staat er nog steeds.

Het geheel wordt van voren omringd door een houten balkon. Als Ingrid niet in haar slaapkamer is, vind je haar op dit balkon. Hier staat veel speelgoed, twee rolstoelen en zelfs een ziekenhuisbed. Alles ten behoeve van haar achtjarige kleinzoon Kayin die door cerebrale parese niet kan lopen. Verhuren doet ze niet meer, en het huis wordt haar te veel. Onderhoud is niet meer op te brengen.
Pro Arte is een architectonisch hoogstandje, maar in verval; alleen een rijke liefhebber van historische huizen zal dit eens prachtexemplaar van de ondergang kunnen redden.





